FYTOTHERAPIE
De toepassing van kruiden in de verpleegkundige zorg
Inleiding De toepassing van kruidenmiddelen, ofwel fytotherpeutica, in de verpleegkundige zorg biedt de verpleegkundige een mogelijkheid om met natuurlijke middelen het verpleegkundig handelen uit te breiden en de gezondheid van de patiënt te bevorderen. en (verpleeg)problemen te voorkomen. Zo is voor een bepaalde groep patiënten met lichte inslaapproblemen een rustgevende avondthee nét voldoende om goed in slaap te kunnen vallen, terwijl ze anders misschien aangewezen waren op slaapmedicatie. Of in een andere geval kan bij patiënten die een chemokuur ondergaan, het spoelen met een kruiden-mond-spoeldrank bestaande uit kamillebloemen (Chamomilla recutita), salieblad (Salvia officinalis) en tijmkruid (Thymus vulgaris), een mondslijmvlies worden voorkomen, of binnen de perken worden gehouden. Er zijn diverse redenen te noemen waardoor fytotherapeutica een goede kans maken om met succes toegepast te worden in het verpleegkundig handelen, als onderdeel van complementaire zorg. In het linkermenu volgt een korte bespreking van enkele van deze redenen.
Verpleegkundigen zijn geïnteresseerd in kruiden Verpleegkundigen zijn geïnteresseerd om kruiden te gebruiken als onderdeel van hun zorg (Noorden 1993, Passant 1990). Het gebruik van kruidenmiddelen heeft dan ook van begin af aan een onderdeel gevormd van de opleiding tot complementaire zorg verpleegkundige en sinds enkele jaren wordt er door diverse verpleegkundigen ervaring opgedaan met het gebruik van een aantal, bij voorkeur wetenschappelijk onderbouwde, fytotherpeutica bij diverse verpleegproblemen. Zo wordt bijvoorbeeld goudsbloemzalf (Calendula officinalis) gebruikt in de huid- en wondverzorging, pepermunthee(Mentha pipertitha) bij misselijkheid en diverse rustgevende kruiden zoals melisse (Melissa officinalis), passiflora (Passiflora incarnata) en valeriaan (Valeriana officinalis) bij spanning, onrust en een verstoord slaappatroon. De resultaten van dit kruidengebruik als verpleegkundige interventie stemmen hoopvol en verpleegkundig onderzoek zou het "evidence based" karakter van deze interventies kunnen versterken.
Patiënten zijn geïnteresseerd in kruiden Niet alleen de verpleegkundige maar ook de patiënt is geïnteresseerd in kruiden en hij heeft als consument zijn weg naar de plantaardige middelen al gevonden (in1997 werd in Europa voor 5 tot 6 biljoen dollar aan fytotherapeutica verkocht (OTC) met als doel de gezondheid te verbeteren of kleine klachten te verhelpen of te voorkomen.) Of de kruiden-zelfzorggebruiker het goede plantaardige middel voor zijn zelfzorgklacht daadwerkelijk weet te vinden en kruiden op een veilige manier gebruikt hangt in sterke mate af van de kwaliteit van het advies van de assistent in apotheek, drogist, of reformhuis. Ook voor de verpleegkundige die plantaardige middelen integreert in de zorg ligt hier een rol weggelegd. Het geven van voorlichting over een veilig en adequaat gebruik van kruidenmiddelen in de zelfzorg kan een onderdeel vormen van de complementaire zorg taak. Voor de behandeling van serieuze gezondheidsproblemen en ziekten (in tegenstelling tot zelfzorgproblemen) met fytotherapeutica zou de consument, en dus ook de patiënt, zich moeten wenden tot een professionele fytotherapeut of -arts (zie hieronder). Ook hierbij kan de verpleegkundige de patiënt op weg helpen, b.v. door informatie te geven over beroepsverenigingen en professionele behabdelaars, zodat de patiënt een voor hem geschikte therapeut of arts weet te vinden.
| De moderne benaming van kruidengeneeskunde is fytotherapie (fyto = plant)
Definitie Fytotherapie Fytotherapie is de professionele toepassing van fytotherapeutica met als doel de gezondheid te behouden of te bevorderen.
Definitie Fytotherapeutica Fytotherapeutica of plantaardige middelen zijn geneesmiddelen die als actieve ingrediënten uitsluitend planten, delen van planten, of plantenmaterialen of combinaties daarvan bevatten in ruwe of bewerkte staat.
Addendum: - Bij plantenmaterialen zijn inbegrepen sappen, gomsoorten, vette oliën en enig andere stof van deze aard. - Aan fytotherapeutica kunnen hulpstoffen bevatten als toevoeging aan de actieve bestanddelen. - Niet tot fytotherapeutica behoren: chemisch gedefinieerde, geïsoleerde bestanddelen afgeleid uit planten b.v. niet Digoxine (uit Vingerhoedskruid), niet atropine (uit Wolfskers) - Niet tot fytotherpeutica behoren: bereidingen van geneeskrachtige planten waaraan chemische stoffen zijn toegevoegd.
(Definitie van de Nederlands Vereniging van Fytotherapie)
|
Er is wetenschappelijk onderzoek naar kruidenpreparaten Een andere reden waarom fytotherapeutica een goede kans maken in de zorg is dat er sinds enkele tientallen jaren wetenschappelijk onderzoek gedaan wordt naar de werking van plantaardige middelen. Daardoor komt er steeds meer bewijs beschikbaar over de werking van veelal traditioneel gebruikte kruidenmiddelen. Een Europese vereniging op het gebied van de fytotherapie, de European Scientific Coöporative on fytotherapy (ESCOP) zet het beschikbare wetenschappelijk onderzoek op een rijtje en na een kritische beoordeling van dat onderzoek wordt een plantenbeschrijving gemaakt, op basis van wetenschappelijke gegevens. In deze zogenaamde planten- of ESCOP-monografieën, staan allerlei benodigde gegevens voor geneeskrachtig gebruik genoemd (indicties, contra-indicaties, mogelijke interacties, dosering, wijze van gebruik enz.). Inmiddels zijn er meer dan 60-ESCOP-monografieën beschikbaar.
Voorbeelden van kruiden waarover planten-ESCOP-monografieën bestaan en die voor de verpleging en verzorging van waarde kunnen zijn: Goudsbloem (Calendula officinalis) in de huid- en wondverzorging; Valkruid (Arnica-montana) in de huid- en wondverzorging; Toverhazelaar (Hamamelis virginiana) in de huid- en wondverzorging; Echte Kamille (Chamomilla recutita) in de huid- en wondverzorging, bij slaapproblemen; Gember (Zingiber officinlais) bij misselijkheid; Salie (Salvia officinalis), echte Kamille (Chamomilla recitita) en tijm (Thymus vulgaris) bij (het voorkomen van) monslijmvliesontsteking, keelontsteking of pijnklachten aan mond- of keelholte; Diverse sedative kruiden zoals citroenmelisse (Melissa officinalis), passiebloem (Passiflora incaranta), hop (Humulus lupulus) en valeriaan Valeriana officinalis) bij gespannenheid, onrust en slaappproblemen; Sint Janskruid (Hypericum perforatum) bij moedeloosheid, (licht tot matige) angst en (lichte tot matige) depressie (Let op interacties met synthetische medicijnen!) Diverse kruiden te gebruiken bij (lichte) spijsverteringklachten, obstipathie en diarree. Voorbeelden zijn pepermunt (Mentha piperitha), venkel (foeniculum vulgare) en anijs (pimpinella anisum),
Steeds betere controle op veiligheid en kwaliteit van kruidenpreparaten Bovendien wordt er steeds beter controle uitgeoefend op de kwaliteit en veiligheid van fytotherapeutica. Sinds enkele jaren is de Commissie-Toetsings-Fytotherapeutica (CTF) actief in het beoordelen van kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van fytotherapeutische producten. Fabrikanten kunnen hun kruidenproducten vrijwillig aanbieden ter toetsing en kunnen bij goede beoordeling een CTF-keurmerk ontvangen. Wettelijk gezien vallen kruidenpreparaten op dit moment nog onder de warenwet. Begin 2001 ging vanuit de overheid een specifieke regeling voor kruidenwaren van kracht, het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten. Daarin worden wetteljke normen gesteld voor de veiligheid en kwaliteit van kruidenpreparaten. Sommige kruiden, waarin giftige stoffen zitten, zijn sindsdien geheel verboden, of de giftige stof moet eruit worden gehaald bij het productieproces.
Plantaardige middelen Geneeskrachtige kruiden Kruidenpreparten Kruidensubstanties Kruidenmiddel Fytotherapeutische middelen (Fyto/ phyto = plant) Fytotherapeuticum Phytoceuticals / phytopharmaceuticals Medical drugs Neutraceuticals |
Er zijn zeer veel verschillende benamingen in omgang voor fytotherapeutica:
De professionele toepassing van fytotherapeutica Naast het zelfzorggebruik van kruidenpreparaten bij kleine kachten en zelfzorgproblemen zijn er diverse beroepsbeoefenaars die fytotherapie op een professionele manier kunnen toepassen. Professionele complementaire behandelaars die fytotherapie kunnen gebruiken in hun therapie zijn de natuurarts, de natuurgeneeskundig therapeut, de acupuncturist/ arts (Chinese kruiden) of een ayurvedatherapeut/ arts. De behandeling wordt gedaan vanuit een holistische mensvisie waarbij iedere behandelwijze zijn eigen karakteristieken heeft. Hellemont (1988) geeft de volgende omschrijving: "De fytotherapeut behandelt de zieke, in zijn geestelijke en lichamelijke complexiteit met een fytotherapeutisch middel dat gericht is op het samenstelsel van klachten en kenmerken van de ziek". Fytotherapeutica vormen vaak een onderdeel van een veel bredere behandeling en kunnen gecombineerd worden met b.v. voedingsadviezen, (reflex)massages, acupunctuur en leefregels. Daarnaast kunnen ook regulier werkende artsen fytotherapeutica toepassen mits zij hierin voldoende zijn geschoold. In dat geval worden kruidenpreparaten gebruikt vanuit een reguliere medisch-biologische kijk op ziekte en gezondheid.
Fytotherapeutica in de verpleegkundige zorg Nu ook verpleegkundigen fytotherapeutische middelen gaan gebruiken in de zorg is de vraag op welke manier dat verantwoord en "professioneel" kan gebeuren. Op de eerste plaats zullen fytotherapeutica (uitsluitend) ingezet mogen worden binnen de verantwoordelijkheden en het domein van de verpleegkunde. Duidelijk zal zijn dat de verpleegkundige de zieke met zijn ziekte niet behandelt, want dat doet de arts of therpeut die daartoe is bevoegd en opgeleid. De verpleegkundige verantwoordelijkheid ligt echter op een aanliggend vlak. Uitgaande van het verpleegkundig beroepsprofiel liggen de verantwoordelijkheden van de verpleegkundige op het gebied van "het bevorderen van gezondheid ; het voorkomen van ziekte en het herstellen van gezondheid". Uit deze verantwoordelijkheden vloeien de verpleegproblemen/ cq verpleegkundige diagnoses voort waarop de verpleegkundige zich richt door middel van verpleegkundige interventies. En daar kunnen kruidenpreparaten een aanvulling op vormen. Gebruiken verpleegkundigen kruidenpreparaten in de zorg dan zullen beschreven werkingen, indicaties en eigenschappen van bij, voorkeur onderzochte, planten (b.v. beschreven in de ESCOP-mongrafieën) vertaald moeten worden naar de verpleegkundige toepassing. De vraag is, kortom: welke kruiden(preparaten) zijn als interventie effectief bij welke verpleegproblemen en/of verpleegkundige diagnoses? Bijvoorbeeld: goudsbloem (Calendula officinalis) wordt in de literatuur uitgebreid beschreven en volgens de ESCOP-monografie kan het gebruikt worden bij "ontstekingen van huid en slijmvliezen en werkt het wondhelend". De huid- en wondverzorging behoort tot de verpleegkundige verantwoordelijkheid en er kunnen talloze verpleegproblemen en verpleegkundige diagnoses uit voortvloeien. Uit verpleegkundige ervaring blijkt dat goudsbloemzalf in uiteenlopende situatie op het gebied van huid- en wondverzorging van waarde kan zijn. Een onderzoek naar het effect van goudsbloemzalf (de zalf bevatte ook nog andere kruiden) bij lymfoedeem samengaand met pijnklachten t.g.v. borstamputatie, maakte duidelijk dat het gebruik van goudsbloemzalf het oedeem niet verminderde maar wel de pijnklachten verbeterde (Casley-Smith JR. The effect of Unguentum lymfaticu,M on acute experimental lymfedema ander other high protein edemas. Lymfology 1983; 16: 150-6) Een ander voorbeeld is het gebruik van goudsbloemzalf bij klachten van toxiciteit van de huid bij patiënten die een chemokuur ondergingen. De klachten van pijn, roodheid, schilfering en dunner worden van de huid (met name van handen en voeten) konden worden voorkomen en/of worden beperkt door de huid preventief met goudsbloemzalf in te smeren. Ook in de preventie en behandeling van decubites (graad1 en 2) en de fraaie heling van littekenweefsel is er met goudsbloemzalf verpleegkundige ervaring opgedaan. In deze voorbeelden werden fytotherapeutica, uitwendig, in de vorm van zalf gebruikt. Maar ook kunnen kruiden verwerkt zijn in een olie of lotion of kan een kruidenaftreksel, koud of warm, gebruikt worden in de vorm van een compres of omslag. Daarnaast zijn er diverse mogelijkheden om kruidenmiddelen inwendig te gebruiken, b.v. in de vorm van een kruidenthee, tinctuur, tabletten of capsules. Het zal duidelijk zijn dat verpleegkundigen die fytotherapeutica inzetten als interventie, voldoende kennis en vaardigheden moeten bezitten op het gebied van de gebruikte middelen en wijze van gebruik. Beredeneerd vanuit de WET BIG dienen zij "bevoegd en bekwaam" te zijn op dat gebied.
Misverstand Een wijd verbreid misverstand is dat fytotherapie en homeopathie hetzelfde is. Homeopatische middelen kúnnen inderdaad van planten zijn gemaakt maar dat hoeft zeker niet. Ook mineralen, dieren of weefsels van mens of dier kunnen als grondstof dienen voor homeopathische middelen. Daarbij worden homeopatische middelen op een zeer speciale vervaardigd. De middelen worden hierbij verdund en geschud, wat potentiëren heet. Zo wordt bijvoorbeeld het homeopathische middel Arnica D6 (een lage potentie van valkruid) verkregen, of van Aconitum C 200 (een hoge potentie van de monnikskap). Beiden hebben als grondstof een plant (monnikskap is giftig in onverdunde vorm!) maar behoren toch tot de homeopathische middelen en niet tot de fytotherapeutica.
Kruiden als traditioneel geneesmiddel: weer terug van weggeweest De grote belangstelling voor plantaardige middelen bestaat nog maar sinds een jaar of twintig. Infeite zijn kruiden weer herontdekt en gewoon weer terug van weggeweest. Tot de helft van de 19 eeuw bestond het grootste gedeelte van de geneesmiddelen uit plantaardige middelen. Toen de ontwikkeling van de scheikunde leidde tot de eerste chemische geneesmiddelen, met als hoogtepunt het anti-bioticum in 1921verloren kruiden snel hun belangrijke positie. Sindsdien zijn er vele waardevolle synthetische medicijnen ontwikkeld die niet meer zijn weg te denken uit onze samenleving. Wel worden er nog steeds syntherische medicijnen vervaardigd uit geïsoleerde, en synthetisch nagemaakte, plantaardige grondstoffen. Bijvoorbeeld digoxine uit Digitalis of taxol uit de taxus. Dit zijn geen fytotherapeutica maar gewone synthetische medicijnen (zie definitie). Opvallend is dat Salixschors (schors van wilgensoorten) , waar de Aspirine van afkomstig is, op dit moment als fytotherapeuticum een revival ondergaat! Aan veel gebruikelijke NSAID-pijnstillers kleven vervelende bijwerkingen en uit onderzoek blijkt dat een fytotherapeutisch preparaat van Salix (waarin dus zeer veel werkzame stoffen i.p.v. alleen het acethyl-salicylzuur uit de asperine) een vergelijkbare pijnslitllende werking heeft bij gewrichtsklachten zónder de vervelende bijwerkingen! (Nederlands Tijdschrift voor Fytotherapie, zomer 2001). Over een tijd geeft de verpleegkundige een patiënt met pijnlijke gewrichten weer een compres met aftreksel van Salixschors, iets wat menig overgrootmoeder ook al deed!
Werkingsprincipe fytotherapeutica Telkens weer blijkt uit onderzoek dat de geneeskrachtige werking van planten niet te reduceren blijkt tot één of twee stoffen. Vaak zijn er wel enkele cruciale stoffen aan te wijzen een centrale rol spelen maar het blijkt dat andere in de planten aanwezige stoffen nodig zijn voor het optimale effect. Juist omdat er in een geneeskrachtige plant vele honderden stoffen zitten die op een of andere manier samenwerken bij het gezondheidseffect verklaart waarom bepaalde planten voor zoveel doeleinden zijn te gebruiken. Kort samengevat: een combinatie van diverse werkzame inhoudsstoffen bepaalt de werking van geneeskrachtige planten. Naast diverse werkzame inhoudstoffen zijn er ook nog andere (hulp)stoffen van invloed op het effect. Als kruidenpreparaten vergeleken worden met synthetische medicijnen dan is een groot voordeel dat ze veel minder bijwerkingen hebben. Daar staat tegenover dat fytotherapeutica over het algemeen milder, en soms dus minder snel werken Bijvoorbeeld: Echte Kamille (Chamomilla recutita ofwel Matricaria chamomilla) Belangrijke werkzame stoffen: chamazulene, bisabolol (bestanddelen aromatische olie) Daarnaast: flavonoïden, cumarinen, bitterstoffen Werkingen: - Ontstekingsremmend op huid en slijmvliezen - Anti-allergeen - Ontkrampend, b.v. op de spijsvertering - Rustgevend op de geest
Werkt op de huid, slijmvliezen, spijsvertering, zenuwstelsel
Toepassing B.v. Kamillethee: als (bestandeel van) een rustgevende slaapbevorderende thee B.v. Als (bestanddeel van) thee bij een (lichte) irritatie van maag- en darmslijmvliezen of bij maag- en darmkrampen (in combinatie met pepermunt Mentha piperitha) B.v. Als (bestanddeel van) zalf voor een ontstekingsremmende en koelende verzorging voor de huid, b.v. bij een overgevoeligheidsreactie van de huid
Bron: Fetrow '99; Newall '96; Hellemont '88
Literatuur
Op het gebied van phytotherapie J. Hellemont; Fytotherapeutisch compendium; uitg. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/ Zaventem 1988 Charles W. Fetrow/ Juan R. Avila; Professional's handbook of complementary & alternative medicines, uitg. Springhouse/ Pennsylvania 1999 Carol E. Newall e.a.; Herbal medicines, a herbal guide for health care professionals; 1996 Plantenmonografieën van de European Scientific Coöporative on fytotherapy (ESCOP); Exeter/ Devon; United Kingdom Nederlands Tijdschrift voor Fytotherapie; 14e jaargang, nr.1, apr 2001; "Kruidenbesluit Warenwet" Nederlands Tijdschrift voor Fytotherapie; 14e jaargang, nr.2, zomer 2001, L.K. de Munck-Khoe; "Wilgenbast (Salicis cortex), een comback als veilige pijnstiller?" Nederlands Tijdschrift voor Fytotherapie; 14 jaargang, nr. 4, december 2001, H.J. Woerdenbag en J.H. van Meer; "Fytohterapeutica voor dermatologische toepassing; Een kort overzicht van traditionele huidmiddelen"
Op het gebied van verpleegkunde & complementaire zorg Handleiding verpleegkundige diagnostiek 1997-1998; M. Gordon; uitg. Elsevier/ de Tijdstroom Noorden, A.P.; "Complementary Therapies and Nursing care in the Netherlands", Universaty of Wales, United Kingdom; 1993 Nursing Times; jan 24, vol. 86, no 4. 1990; Helen Passant; "A Holistic approach in the Ward" Cursusmateriaal Leergang Complementaire Zorg/ Hogeschool Holland
 |